Na afloop van de eerste vrije training op vrijdagmorgen werd Álex Márquez fit verklaard door de MotoGP-artsen. In de tweede training zette hij vervolgens de tweede tijd neer, waarmee hij zich rechtstreeks kwalificeerde voor de laatste kwalificatiesessie op zaterdag. Aan het einde van de dag kreeg de Gresini-rijder de vraag of hij zelf had verwacht zo hoog op de ranglijst te eindigen, waarop hij antwoordde: “Nee. Je hebt natuurlijk altijd het gevoel of je zegt tegen jezelf: ‘Oké, ik kan ook zo [met blessure] nog wel snel zijn’ – maar niet dat ik tweede zou staan en zo dicht bij de gasten aan de top zou zitten.”
De jongste van de Márquez-broers, momenteel tweede in het wereldkampioenschap, voltooide zijn eerste uitdaging van het weekend door in VT1 een nette 19 ronden te rijden. Na een van zijn vroege runs in die sessie kreeg hij bezoek van MotoGP’s medisch directeur dr. Ángel Charte in de Gresini-garage. Vervolgens werd hij medisch goedgekeurd voor deelname aan de rest van het raceweekend.
Álex Márquez verbaasde zichzelf op de vrijdag van de MotoGP op de Sachsenring.
Foto door: Alexander Trienitz
Hoewel Álex Márquez in VT1 slechts de veertiende tijd klokte, bleek ’s middags dat zijn blessure weinig invloed had op zijn tempo. Met een tijd van 1.19.408 reed hij naar de tweede plek – voor broer Marc Márquez. De 29-jarige rijder uit Cervera gaf 0.337 seconde toe op de snelste tijd, die werd gereden door VR46-rijder Fabio Di Giannantonio. Die tijd was echter gezet op een vers setje zachte banden, net als bij teamgenoot Franco Morbidelli – waardoor de vergelijking enigszins vertekend is.
Hoewel de pijn op vrijdag te verdragen was, gaf Márquez aan dat het wel invloed had op zijn rijstijl. “Met de pijn die ik voel… rijd ik niet op mijn natuurlijke manier. Ik ben superstijf, snap je? Dus dat is iets wat ik moet aanvoelen en proberen te begrijpen”, legde hij uit. “Wanneer ik probeer vloeiend te rijden, in mijn eigen stijl, dan voel ik juist de meeste pijn.”
In de middag reed Márquez 27 ronden. Hoewel dat met pauzes was, komt dat bijna overeen met de 30 ronden die zondag worden verreden in de Duitse GP. Dat lijkt positief, maar zelf wil Márquez daar nog geen conclusies aan verbinden. “Bij dit soort blessures kan het soms steeds beter gaan, maar soms ook juist slechter. Dus ik heb nog wat twijfel voor morgen – we zullen zien. Als ik wakker word, zie ik wel hoe mijn hand erbij staat – of er meer zwelling is of niet. Vanaf dat moment bekijk ik het per sessie, en probeer ik telkens 100% te geven. Niet te ver vooruitkijken. Maar ik denk dat, met adrenaline en alles eromheen, ik die blessure tijdens de races wel even vergeet.”
In dit artikel
Wees als eerste op de hoogte en schrijf je in voor e-mail updates met realtime nieuws over deze onderwerpen
Schrijf je in voor nieuwsupdates