
De eerste seizoenshelft van Marc Márquez bij het fabrieksteam van Ducati is een daverend succes geworden. De zesvoudig MotoGP-kampioen wist in de eerste twaalf Grands Prix van 2025 elf sprintraces te winnen en acht overwinningen op zondag te boeken, waaronder de laatste vijf op rij. Daardoor begint hij met een riante voorsprong van 120 punten aan de zomerstop. “Dit is suprematie die louter overwinningen overschaduwt en veel zegt over het geweldige werk dat we doen op het gebied van symbiose tussen motor en rijder, iets waar we terecht trots op zijn”, schrijft algemeen directeur Gigi Dall’Igna van Ducati Corse dan ook op zijn LinkedIn-pagina.
De overwinning in de Grand Prix van Tsjechië is wat Dall’Igna betreft tekenend voor de klasse van Márquez, die precies weet hoe hij met verschillende racesituaties en omstandigheden om moet gaan. Zo reed hij in Duitsland van start tot finish aan de leiding op weg naar een dominante zege, om in Brno juist zijn kans af te wachten en wat later toe te slaan. “Hij optimaliseert iedere omstandigheid – of het nu droog is of nat – en haalt op cruciale momenten het beste uit de motor en uit zichzelf. Hij combineert daarbij slimheid, instinct, de ervaring van een kampioen en het onuitputtelijke verlangen naar winnen”, constateert Dall’Igna. “Hij is een kampioen die nederigheid toont in het besef dat hij nog moet groeien en verbeteren.”
Tekenen van progressie voor Bagnaia
Márquez heeft teamgenoot Francesco Bagnaia tot dusver volledig overklast. De Italiaan wist alleen in de Verenigde Staten te zegevieren en deed dat bovendien nadat zijn teamgenoot vanuit leidende positie crashte. Bovenal kampt de wereldkampioen van 2022 en 2023 het hele seizoen al met problemen in de remzone, waardoor hij zijn sterke punt van de afgelopen jaren niet kan benutten. Dat was ook in Tsjechië weer zichtbaar, want op zondag werd Bagnaia meermaals relatief eenvoudig gepasseerd zonder dat hij in staat bleek een tegenaanval in te zetten. Toch oordeelt Dall’Igna dat zijn rijder in Brno tekenen van herstel toonde.
“Een podiumplaats was verdiend geweest na wat er in de sprintrace gebeurde”, verwijst Dall’Igna naar het probleem met het dashboard, waardoor Bagnaia terugviel van de tweede naar de zevende plaats. “De vierde plaats [op zondag] was significant door de manier waarop het zich ontwikkelde. Naar mijn mening was dit zijn beste weekend van dit seizoen: twee uitstekende races, met tekenen van verbetering en een tempo dat gericht is op de topposities. Hij had ook pech, en dat was onze schuld. Je moet iedere kleine indicatie en positieve reactie van de motor en vooral de rijder en het team kunnen waarderen: het belangrijkste is om nooit op te geven en allemaal hard samen te werken.”
In dit artikel
Wees als eerste op de hoogte en schrijf je in voor e-mail updates met realtime nieuws over deze onderwerpen
Schrijf je in voor nieuwsupdates
